Lipofilling

Sinds een 10-tal jaar worden vetinjecties gebruikt om zones in het lichaam waar een volumetekort bestaat te corrigeren. Deze techniek kan gebruikt worden in het gelaat maar ook op allerlei plaatsen in het lichaam.

 

Het vet kan bijvoorbeeld geïnjecteerd worden t.h.v. een te kleine borst (zie borstvergroting met eigen vet). Ook in het gelaat worden zeer frequent en met zeer goede resultaten vetinjecties toegepast. Gezien de ruime ervaring met chirurgische aangezichtsverjonging in het Coupure Centrum wordt deze techniek hier bijna dagelijks toegepast.

 

Het verouderingsproces in het gelaat gaat bijna steeds gepaard met verlies aan volume (vet) t.h.v. de bovenste en onderste oogleden, de jukboogstreek ('les pommettes') en rond de mond. De klassieke ooglidplastie bestond vroeger in het chirurgisch verwijderen van huid en vetweefsel. Dit leidde op lange termijn vaak tot uitgeholde oogleden die geenszins leken op de oogleden die de patiënt(e) had op jeugdige leeftijd.

 

In recente jaren heeft men in het Coupure Centrum na langdurige research een techniek op punt gesteld om oogleden op een meer natuurlijke manier te verjongen nl. door vet op bepaalde plaatsen toe te voegen om het volle aspect van het ooglid in de jeugdjaren te bekomen. Vaak wordt eveneens een beperkte huidresectie uitgevoerd. De resultaten op die manier bekomen zijn veel natuurlijker dan de klassieke 'resectie blefaroplastie'.

 

T.h.v. de jukbeenderen zien we voornamelijk in het voorste gedeelte eveneens een verlies aan volume tijdens het verouderen en dit zelfs bij mensen wiens lichaamsgewicht over de jaren wat is toegenomen. Ook hier worden vetinjecties met heel goede resultaten toegepast.

 

Rond de mond treden vaak 'atrofische' veranderingen op. D.w.z. dat ook hier volumeverlies wordt gezien o.a. in de 'nasolabiale' plooi (de plooi op de overgang tussen lip en wang) en in het globale volume van de lippen. Ook treden vaak hardnekkige verticale lijntjes op t.h.v. boven-en onderlip (zgn. 'barcode'). Hieraan wordt op verschillende manieren met vetinjecties verholpen.

 

Het injecteren van vet kan gezien worden als een soort transplantatie. Het wordt weggenomen uit de 'donorzone' en ingebracht in de 'acceptorzone'. Het is belangrijk dat zoveel mogelijk cellen hierbij overleven. Een deel van de vetcellen zal echter niet overleven en verdwijnen (resoberen). Hoeveel vetcellen er aangroeien, hangt af van de gebruikte techniek, het instrumentarium en de zone waarin het vet wordt geïnjecteerd: in het gelaat groeit vet beter aan dan in de borst wegens betere bloedvoorziening, in het gelaat zien we meer aangroei in onbeweeglijke zones (bv. jukboog) dan in beweeglijke zones (bv. lippen). Men zal dus tijdens de behandeling in bepaalde zones meer moeten injecteren (overcorrectie) om na de periode van resorptie tot een definitief resultaat te komen. Ervaring toont hierbij dat voornamelijk in het gelaat 'overcorrectie' moet vermeden worden om natuurlijke resultaten te bekomen.

 

Foto's voor & na

 

Wat houdt de behandeling in?